

Dit Afrikaantje is een een- of meerjarige plant uit de Composietenfamilie (Asteraceae), die hoofdzakelijk voor sierdoeleinden geteeld wordt. Er zijn 56 soorten, van hele kleintjes (10 cm hoog) tot planten die meters hoog worden, waarvan een aantal ook van culinair belang is, vanwege de eetbare bloem /of de etherische olie. 7)
In Europa kennen we het plantengeslacht sinds de zestiende eeuw. Pas in de zeventiende en achttiende eeuw werd het blad gebruikt in salades en als spinazie gekookt of verwerkt in jam en in wijn. Daarvoor was de plant vooral voor zijn geurende bloemen geteeld, en voor geneeskundig gebruik. Een beroemd gerecht van het einde van de zeventiende eeuw was pease soope , een erwtensoep die gemaakt werd van schapenbouillon en speciaal voor dit gerecht gedroogde bloemen.
Het gebruik van de bloemen van de Afrikaantjes in de Europese keuken raakte in de negentiende eeuw uit zwang. In 1841 beklaagt men zich er zelfs over dat de moderne chefs ze links lieten liggen. Zij beschouwden de bloem als de armeluis saffraan.
De huacatay - Tagetes minuta - is in sommige delen van Zuid-Amerika 'legendarisch'. Er wordt een salsa verde van gemaakt die in veel gerechten wordt gebruikt, ondere andere in een aardappelgerecht dat ocopa heet en een heel populair gerecht in menig huishouden en restaurant is. daarmnaast wordt de huacatay geteeld voor zijn etherische olie die onder meer in de parfumindustrie wordt gebruikt, maar ook als smaakstof in levensmiddelen. De smaak wordt beschreven als een combinatie van basilicum, dragon, mint en citrus.
Zowel de verse als gedroogde bladeren van de Mexicaanse dragon - Tagetes lucida - worden gebruikt als vervanger voor dragon in soepen of sauzen. Van de gedroogde bladeren en bloemtoppen wordt in Centraal Amerika een meestal medicinaal gebruikte anijsachtige thee gemaakt.
De bloemen van Mexicaanse goudsbloem, ook wel Aztecen goudsbloem of Grote afrikaan genoemd - Tagetes erecta - zijn rijk aan de oranje-gele carotenoïde luteïne en worden als kleurstof gebruikt (E161b) in onder andere plantaardige olie, margarine, mayonaise en mosterd. De jonge bladeren worden als smaakmaker gebruikt.
De essentiële oliën van de bladeren van tagetes zijn d-limoneen, α-pineen, β-pineen, dipenteen, ocimeen, β-phellandreen, linalool, geraniol, menthol, tageton, nona-nal en linalylacetaat.
Het geslacht Tagetes komt van origine voor op in nhet tropische en subtropische gedeelte van het Amerikaans continent, van Argentinië tot New Mexico in de VS, niet in Europa, niet in Afrika. 1,5,6) De plant werd vanuit Amerika aan het begin van de vijftiende eeuw door de Spanjaarden naar Europa gehaald. Al snel werden de planten om hun fraaie bloemen in Spaanse kloostertuinen verbouwd. Hun schoonheid bracht de bloem vanuit Spanje naar de andere kant van de Middellandse Zee, net noorden van Afrika, waar de planten geteelcd werden en ook verwilderden.
Hieruit vloeide het grote misverstand dat de plant inheems was in Noord-Afrika. In 1545 schreef de kruidkundige Dodoens daarover "Dese bloemen wassen in Afrycken ende sijn van daeren in dit landt ghecomen naer dat die aldermachtichste ende alder vroomste Carolus Keyser die vijfste tlandt ende die stadt van Thunis ghewonnen heeft." Dat gebeurde dus tien jaar daarvoor. Hij introduceert daarop de benaming Flos Aphricanus (later verlatijnst tot Flos tunetanus, vanwege zijn veronderstelling dat de plant uit Tunis kwam) en de naam Thunisbloem, Naar Tunis genoemd. En erger nog, het Afrikaanse zaad werd naar Europa gebracht om herontdekt te worden!
Een eerste op de Amerikaanse herkomst gefundeerde publicatie was die in de De La Crus-Badiano Aztec Herbal uit 1552, waarin de geneeskundige werking werd beschreven, gebaseerd op de ervaringen van de Azteken. Zij noemden de plant cempoalxochitl en kweekten deze voor zijn bloem.
In Mexico speelt de bloem een belangrijke rol tijdens de (twee) Dias de los muertos. De bloemen worden geacht met hun sterke geur de doden te verleiden terug te keren om hen te eren. 3)
In het begin van de zeventiende eeuw noemde men de plant de africaensche goutbloeme, later affricanen en afrikaan, door Marin in 1752 beschreven als
een zekere verwige doch vergiftige bloem, die uit Afrika naar Europa is gebracht.
De vertaling met 'goudsbloem' van het Engelse 'marigold' slaat de plank dus niet helemaal mis. Maar let op de naam marigold wordt ook gebruikt voor bijvoorbeeld de Calendula (goudsbloem), de Glebionis segetum (gele ganzenbloem) en de Caltha palustris (gewone dotterbloem).
De geslachtnaam Tagetes is in 1753 door Linneaus gepubliceerd in Species. Plantea, p 887. De naam is een verwijzing naar de (Romeinse) god Tages. 1,5,6)
De Nederlandse benaming afrikaantje wordt zowel voor het plantengeslacht gebruikt als voor de hoogste plant in het geslacht, de Tagetes erecta. Vreemd in dat verband is dat hier de verkleinvorm is gebruikt, de Tagetes erecata kan wel een meter hoog worden.