

De maca is niet de enige plant in de Kruisbloemfamilie met een eetbare verdikte penwortel, maar wel de enige in het geslacht Kruidkers. De groeiwijze lijkt sterk op die van de radijzen (Brassica raphanus).
De maca is een tot 20 cm hoge plant en groeit op grote hoogte, waar de temperaturen schommelen tussen lichte vorst en een graad of dertien. Hij wordt in het regenseizoen in november gezaaid. Pas tussen mei en juni begint de penwortel te verdikken, van het onderste deel van de steel tot de penwortel zelf. Het gedeelte dat boven de grond groeit is plat en beschermt het ondergrondse gedeelte tegen de sterke winden. Het duurt zes tot zeven maanden voor de wortel - daarvoor wordt de plant verbouwd - volgroeid is, en geoogst kan worden.
Van oudsher verbouwt men de maca geheel handmatig, wat logisch is gezien de barre omstandigheden waar de maca groeit, waar andere planten niet gedijen. Inmiddels wordt ook gebruikt van machines. Het land wordt intensief bemest, veelal met de mest van schapen of alpaca's. Het oogsten gebeurt nog altijd met de hand. De bladeren worden gebruikt als voer voor de schapen en alpaca's. De bladeren worden op het land gelaten, zoals ze tevens voor de bemesting van de grond dienen.
Bijna alle Peruaanse maca wordt organisch geteeld. De plant kent nauwelijks ziektes. Dat maakt de grond waarop de maca's verbouwd worden ook geschikt voor de verbouw van aardappelen.
Gedroogde maca blijft enkele jaren goed.
Naar men aan neemt is de maca in het eerste millenium gedomesticeerd in San Blas, het huidige Ondores, in Peru. Men verbouwde het op de vlakte van Bómbon in de centrale Andes. Ook de Inca's kenden de maca dus. De maca is voor het eerst in de 16e eeuw beschreven, door de Spaanse botanicus Cieza de leon in 1553. . De bewoners van de hoger gelegen gebieden ruilen al eeuwenlang hun maca's voor de producten van het laagland. Zo betaalden ze er de Spanjaarden belasting meen. De teelt van de maca is een opmars begonnen sinds de jaren negentig van de vorige eeuw. Het is een gewild product geworden, niet zozeer vanwege de wortel - de smaak schijnt niet iedereen te bevallen - maar om zijn uitzonderlijke voedingswaarde. Daar hangt dan al snel het label 'superfood' aan.
Sinds kort wordt de maca buiten Peru en de Andes ook in China verbouwd, waar de maca befaamd is als aphrodisiac. Peru probeert door de vestiging van patenten greep op te krijgen op deze onverwachte en in haar ogen ongewenste concurrentie, die de prijzen voord de Peruaanse boeren onder druk zet. Naar zeggen hebben Chinese kopers de Peruaanse wet overtreden door genetisch materiaal het land uit te smokkelen.
Algemeen wordt de plant maca genoemd. De benaming is afkomstig van van 'maqa' de benaming in de oude inheemse taal van de Andes die ook door de Inca's werd gesproken, het Quechua. De Nederlandse benaming Peruviaanse tuinkers lijkt weinig hout te snijden.
Vanwege de (vermeende) geneeskrachtige eigenschappen wordt de maca wel de Peruviaanse ginseng genoemd, ofschoon het daar in botanische zin niets mee te maken heeft.
De lichtgekleurde maca's bevatten minder iodine (jodium) dan de donkerkleurige, rode, paarse en zwarte maca's. Deze laatste zijn het energie-rijkst en smaken behalve zoet, zoals alle maca's, ook wat bitter. Gedroogde maca's houden lang hun voedingswaarde vast.
De wortel wordt behalve als groente en als meel, als geneeskrachtig kruid en als aphrodisiac gebruikt.