

Kenmerkend voor deze rabarbersoort is de ietwat pluizige bladsteel. De bladeren zijn stomp en hebben een gegolfde rand. Wordt niet aleen valse rabarber, ook wel Franse rabarber genoemd, omdat deze soort daar werd verbouwd. Het is moeilijk om gecultiveerde rabarbersoorten van elkaar te onderscheiden. Dat is de reden waarom culinaire rabarbers soms worden aangeduid als Rheum rhabarbarum, soms als Rheum rhaponticum.
Kenmerkend voor de Rheum rhabarbarum is de korte dikke wortelstok (rhizoom) waaruit de plant zich ontwikkelt. Iedere winter sterft het bovengrondse deel van de plant af, om in het voorjaar opnieuw uit te groeien.
Met dat in het achterhoofd, is datgene dat bekend en beschreven is, te interpreteren. Dioscorides beschreef een medicinale wortel die wijnkleurig was en die Costo nigro werd genoemd, of zwarte wortel, mogelijk was dit de Costus Indicus of Oost-Indische wortel (Rhabarbarum ficcatum). Ook Ammianus Marcellinus beschrijft in 362 een rabarber die aan de Rha (Wolga) groeide. Hij noemde deze Rhaponticum. Plinius doelde op deze rabarber uit Pontus met de term rhacoma. Het belangrijkste gebruik was dat in een tegengif dat is vernoemd naar de koning van Pontus Mithridatus, alhoewel dat niet het enige medicijn met rhaponticum was. Ook in de Middeleeuwen waren deze brouwsels heel bemind.
Rheum rhabarbarum is inheems in Oostelijk Azië en geïl;ntroduceerd in Oost-Europa, Rusland en Tsjechië. In Gerard's herbal uit 1597 beschrijft John Gerard uitgebreid een rabarber aan de hand van plantmateriaal uit Barbarije en Pontië. Wanneer Linneaus in 1753 rabarber beschrijft, doet hij dat aan de hand van gecultiveerde exemplaren uit Zweden en Nederland.
Aanvankelijk zijn de rabarberplanten ingedeeld geweest in het geslacht Lapathum, een geslacht met purgerende planten. De benaming is afgeleid van het Griekse woord lapazein, dat reinigen betekent. Linneaus deelde de rabarbers opnieuw in, in een geslacht dat hij Rheum noemde, wat stroom of stroming betekent. De Tartaarse rabarber noemde hij in de eerste versie van zijn Planetarium de 'echte' rabarber, Rheum rhabarbarum, maar daar was veel kritiek op. De Rhaponticum noemde hij Rheum raponthicum. Bij zijn latere werk maakt Linneaus dankbaar gebruik van het werk van Hollandse en Engelse botanici zoals Boerhaave die beweerde dat de Tartaarse rabarber (Rheum tataricum) de 'echte' rabarber was.
In de Engelse taal kom je regemnarig de term 'dock' tegen. Deze term wordt gebruikt voor breedbladige planten met het uiterlijk van rabarber zoals planten uit het geslacht Rumex (zuring), zoals de Alpine dock alias de Monniksrabarber (Rumex alpinus). Dock komt van het Middel-Engelse dokke, van het Proto-Germaanse dukkǭ. In het Vlaams kennen we de term van dokkebladeren
Rabarber is de ver-Nederlandsing van het woord rhabarbarum, een samenvoeging van de Scytiaanse, Oud-Perzische benaming van de Wolga (Rha) en Barbarum, de algemeen gebruikte term voor 'van vreemde komaf'. Pontus is de klassieke benaming van een gebied aan de Zwarte Zee, tegenwoordig Karadeniz geheten, Pontos Euxeinos Πόντος Εύξεινος of 'herbergzame zee'.
De bladeren zijn giftig ! De bladstelen zijn wel eetbaar, en bevatten oxaalzuur, maar niet alleen dat, is rijk aan vitamine K, en bevat veel vitamine C, calcium en mangaan, en (niet in de lijst vermeld) 6,1 mg choline per 100 gram.
De zure smaak van rabarber wordt overigens niet door oxaalzuur veroorzaakt, maar door appelzuur (E296).