Aubergine
Groente (Solanaceae)
AUBERGINE
 
AUBERGINE | SOLANUM MELONGELA

AUBERGINE

De aubergine maakt deel uit van de Nachtschadefamilie (Solanaceae). Het geslacht Solanum, waartoe ook de aardappel en de tomaat behoren, is met 1.500-1.700 verschillende soorten het grootste geslacht in de Nachtschadefamilie.

De eetbare aubergine-soorten behoren tot diverse geslachten. In Afrika zijn dat bijvoorbeeld de Solanum aethiopica (Ethiopische aubergine) en de Gboma aubergine (Solanum macrocarpon), in Europa en Noord-Amerika vooral de Solanum melongena, in al zijn variëteiten, maar vooral dieppaars en kloek. Ook in Azië eet men deze Solanum melongena, maar daar teelt men hoofdzakelijk dunne, lange variëteiten. Een andere zeer bekende Aziatische aubergine is de Solanum torvus, die we hier kennen als de Thaise erwt-aubergine.

In de regel zijn aubergineplanten kruidachtig, vaak rankend of klimmend. Veel soorten komen in de tropen voor, maar een aantal komt ook in gematigde streken voor. In de tropen zijn het vaak struiken en zelfs tot 6 meter hoge 'bomen'. In een reeks artikelen beschrijven we de aubergines met een geografische bril vanuit de rijke ethno-botanische geschiedenis.

Zo beschrijven we de Ethiopische aubergine vanuit verscheidene perspectieven, als belangrijk Afrikaans gewas (vrucht en blad), als regionale specialiteit in Italiaans Calabrië, de Turkse oranje aubergine, en bovendien de Braziliaanse jiló, een eeuwenoude afstammeling in Brazilië.

OORSPRONG EN VERSPREIDING

De aubergine zou gedomesticeerd zijn in de Indo-Birma regio in Zuid-oost-Azië. Daar zijn aanwijzingen gevonden voor de teelt van aubergine in de periode van voor 300 voor Christus.

In Sanskritgeschriften wordt de vrucht op tal van manieren beschreven en benoemd, als 'shakasreshta', wat uitstekende groente betekent, als 'rajakushmand' wat de koninklijke meloen betekent, als 'nilphala', de blauwe vrucht of als 'kantavrintaki', de stekelige plant.

Ook de Chinezen beschrijven de aubergine door de eeuwen heen in hun literatuur. Hoe de vrucht zich ontwikkelt van een groene, kleine ronde vrucht naar de langgerekte paarse vorm, hoe men de bittere smaak eruit teelt, omdat men er van gruwelt. De eerste geschreven aanwijzingen over het gebruik van aubergines in de keuken dateren van 544 n Chr, in Qi Min Yao Shu geschreven door wetenschapper Jia Sixie over. Voor Chinezen is de vrucht als Jekyll-and-Hyde: zowel 'cool' als 'hot', afhankelijk van de bereidingswijze.

VERSPREIDING

Er zijn talrijke Arabische en Noord-Afrikaanse namen voor aubergine, terwijl oude Griekse en Romeinse namen ontbreken. Dat maakt het aannemelijk dat de groente door Arabieren, vermoedelijk de Saracenen) is verspreid. Eerst in de 6e eeuw vanuit Azië via de zijderoute naar het Midden-oosten, later ook naar Afrika en Europa. Een boek over de landbouw door Ibn Al-Awwam uit het 12e eeuwse Arabische Spanje beschrijft de teelt van aubergines. Zulke beschrijvingen zijn er uit de middeleeuwen ook in het Catalaans en Spaans. In een Engels botanisch boek uit het einde van de 16e eeuw staat beschreven dat de aubergine toen op grote schaal in Egypte werd verbouwd.

Aanvankelijk maakte overig Europa in de 16e eeuw kennis met de witte, eivormige Solanum aethiopica. Deze uit Afrika afkomstige aubergine, werd aan het einde van de eeuw in Londen geïtroduceerd als "Guinea squash", zoals veel West-Afrikaanse producten naar Guinea werden vernoemd: Guinea fowl (Numdia meleagris), Guinea corn (Sorghum vugaris), Guinea pea (Abrus precatorius) en toen dus ook Guinea squash, de Ethiopische aubergine. Al snel verwierf deze de naam 'egg-plant', hij was immers zo groot als een kippenei en bovendien wit.

Na aanvankelijk zeer succesvol te zijn geweest, werd de Afrikaanse aubergine in Londen snel naar de achtergrond verdreven door de opkomst van de paarse aubergine (Solanus melongena), om verder door het leven te gaan als sierplant. De paarse aubergine evenaarde het aanvankelijk enorme succes van de Guinea squash pas eeuwen later, in heel Europa trouwens, toen de aubergine aanzien kreeg in de Franse keuken, waar hij 'aubergine' werd genoemd.

Opmerkelijk is dat er in de loop van de eeuwen een situatie bestendigd ism, waarbij men in Azië nauwelijks bekend is met Westerse aubergine-soorten, zoals men in Afrika wel de Afrikaanse aubergine-soorten kent, maar niet of nauwelijks bekend is met de Aziatische of de Westerse soorten. Er is in ieder continent wel een main-stream van 'eigen' aubergines.

TAALKUNDIGE ASPECTEN, ETYMOLOGIE

Wanneer we de geschiedenis van de aubergine volgen, start de naamgeving van de vrucht in het Sanskriet met Vatinganah.

De naam voor aubergine in Perzië(Badingan) en India(Brinjal is daartoe zeker te herleiden. De Arabische handelaren die de vrucht uit Azië meenamen, gaven het de naam As al-badhinjan. We zien daarin de verwantschap met het Catalaanse Alberginia en het ons vertrouwde Franse Aubergine.

De Angelsaksische wereld gaf de vrucht de naam egg-plant naar de eivorm van de witte vrucht waarmee in de 16e eeuw kenis werd gemaakt.

De Spaanse en Italiaanse benamingen staan op zichzelf. Het Spaanse berenjena en het Portugese berinjela zouden verbasteringen van de Arabisch-Perzische benaming kunnen zijn, maar de naam zou ook op 'liefdesappel' kunnen duiden, naar de vermeende eigenschap als afrodisiacum. Het Italiaanse Mela insana betekent letterlijk 'gekke appel', en duidt in diezelfde richting. In het Cruydeboeck van Rembert Dodoens uit 1555 worden aubergines eveneens dul-appelen (gekke appelen) of verangenes genoemd.

VERTALING AUBERGINE

engels
eggplant
frans
aubergine
italiaans
melanzana
spaans
berenjena
duits
eierfrucht, aubergine
arabisch
badhnjan باذنجان
turks
patlıcan
hindi (india)
brinjal
indonesisch
terung
vietnamees
cà tím
japans
 
chinees
qie
 

GEZONDHEIDSASPECTEN

VOEDINGSSTOFFEN - GEZONDHEIDSRISICO'S

Net als de andere leden van de Nachtschadefamilie bevat aubergine solanine, een giftige stof, glycoalkaloide. Maar in tegenstelling tot de aardappel, een potentiële solanine-bom, zou aubergine wél rauw gegeten kunnen worden.

Niet de vrucht, maar de bloemen en bladeren van de aubergine zijn rijk aan solanine. Eet ze niet. De vrucht echter bevat relatief weinig gifstoffen, tussen 2 en 13 mg per vrucht, afhankelijk van soort en maat. Wil solanine een gezondheidsrisico zijn, dan zou je moeten denken aan een inname van 480 mg of meer, wat gelijk staat aan het consumeren van tenminste 35 aubergines.

Geen reden voor paniek dus, maar eet aubergine bij voorkeur niet rauw.

SAMENSTELLING PER 100 GRAM
RAUW PRODUCT

19,7
kcal
( 82,4 kJoule)
0,8
gram
eiwitten
4,7
gram
koolhydraten
1,9
gram
waarvan suikers
0,2
gram
vet
0,1
gram
meervoudig onverzadigd
10,7
mg
omega-3
51,7
mg
omega-6
VITAMINES
22,1
µg
vitamine A
½
mg
vitamine B3
0,1
mg
vitamine B6
18
µg
vitamine B9
1,8
mg
vitamine C
0,2
mg
vitamine E
2,9
µg
vitamine K
MINERALEN
7,4
mg
calcium
0,1
mg
koper
0,2
mg
ijzer
189
mg
kalium
11,5
mg
magnesium
0,2
mg
mangaan
1,6
mg
natrium
20,5
mg
fosfor
0,2
µg
selenium
0,1
mg
zink
 

CULINAIR (RECEPTEN)

Beroemde, klassieke auberginegerechten zijn Caponata (Italië), Ratatouille (Frankrijk), Moussaka (Griekenland) , Baba ghanouj (Midden-Oosten) en Miriad (Turkije).

BRONVERMELDING UPDATE DECEMBER 2017

A cook's guide to Chinese vegetables, Martha Dalen, 1992
ISBN 0 948500 09 3
Know what you eat | Voedingswaardetabel Nutritiondata (web) Know your eggplants | Michel H. Porcher (web) Know your eggplants, part 2 | Michel H. Porcher (web) Productinformatie Aubergine | Groenten en Fruit Bureau Guinea squash | D.S. Shields, The Carolina rice foundation, April 2011 Verangenes | Rembert Dodoens Cruijdeboeck deel 3 capitel 81, bladzijde 470-471 1555 via Plantaardigheden Morphological diversitry in eggplant [..] in Mauritius | H/B/ Maujeer , CBM Matsr's Thesis no 57Uppsala 2009, International master programme at the Swedish Biodiversity Centre History and Iconography of Eggplant | M. Daunay, J. Janick ISHS