
Neem de Südtiroler canederli, gemaakt van brood en melk, eieren en Speck en lokale kaas, knödel genoemd, en in Lombardije gnocchetti chiavennaschi, klinkt heel anders als broodballetje. De knoedel is natuurlijk geen pasta. Toch zul je de knoedel in receptenbundels vaak onder het hoofdstuk pasta terug vinden, ok op deze site.
Knoedels worden gemaakt van een deegje van brood, meel of aardappelen, en worden geserveerd als bijgerecht, als (onderdeel van) een dessert, in bouillon of soep. In de Middeleeuwen verwijzen kloostergeschriften voornamelijk naar vleesknoedels, waarin brood of meel als bindmiddel werd gebruikt. Voor de meerderheid van de bevolking (in tijden van nood) was vlees luxe, en zeker in tijden van nood nam het gehalte brood de overhand. Brood was altijd in huis, en met wat fantasie kon je van oud brood best smakelijk voedsel maken. Met de komst van de aardappel in de tweede helft van de zestiende eeuw kwamen er al gauw de eerste aardappelknoedels. 1) In gebieden met kastanjebomen werden soms 'köstenknödel' gemaakt van kastanjemeel.
Een klassieke broodknoedel - we begonnen er deze inleiding al mee - is de Tiroler Speckknödel, zoals de naam aan geeft, gemaakt met Speck. Ten tijde van de winterslachting waren en zijn er nog steeds bloedknoedels (Bluatknödel), leverknoedels (Schwoaßknödel), grammelknoedels (Graipmknödel) en knoedels gemaakt van ander slachtafval (G'hengknödel) zoals lever, longen en hart in plaats van Speck. G'hengknödel werden vroeger geserveerd als lunch op Nieuwjaarsdag en mogelijk op de zondag tussen Kerstmis en Driekoningen.
De samenstelling (receptuur) van knoedels verschilt, ook de afmetingen kent een grote variatie, van kleine balletjes tot bordvullende ballen. Gemiddeld is een knoedel 6-8 cm groot. Ook de bereidingswijze kan nogal verschillen. Wanneer je in het Tjechische Bohemen knedlíky uvařené v ubrousku tegen komt, gaat het om knoedels die in een mousseline doek (letterlijk: servet) gekookt zijn. Knedlíky uvařené vídenským způsobem betekent 'op zijn Weens' gekookt.
Hier volgen een aantal knoedelsoorten, gerangschikt naar basis-ingrediënt:
Zo oud zijn de geschreven en geschilderde herinneringen niet. Vanaf het jaar 1000 zijn er perkamenten manuscripten waar de knoedel genoemd wordt. Waaronder een manuscript waarin zogenaamde 'knödelwürger', knoedelmessen zijn algebeeld, messen met een scherpe punt waarmee je vlees en knoedels kunt 'prikken'. Een later voorbeeld is dat van een fresco in de hoge kapel van Hocheppan in Zuid-Tirol waarop Maria tijdens de bevalling wordt afgebeeld met een (vroed)vrouw die een knoedel spiest uit een dampende pot. In de Kapelle auf der Burg Hocheppan in Eppan bij Bozen is evenerens een fresco waarop een knoedeleetster is afgebeeld, gedateerd 1290. 2,3)
Als je een land van oorsprong van de knoedel zou moeten benoemen, zou je op grond van de archeologische vondsten Zwitserland noemen, beter is het om gezien de leeftijd van de archeologische vondsten niet een land maar een streek te benoemen, in casu de Alpen..
In de oudheid hield de knoedel waarschijnlijk het midden tussen pap en brood. Pap die niet meteen werd opgegeten, werd vermoedelijk gedroogd en tot ballen geperst. Archeologische vondsten uit Zwitserland van rond 3600 voor Christus laten brokken graan zien gemaakt van meel en water die met de handen werden samengeperst en gebakken. De oudste Oostenrijkse knoedelvondst is gedaan bij de neolithische paalwoningen die rond 2500 tot 1800 voor Christus rond de Mondsee werden gebouwd (Unesco werelderfgoed sinds 2011 4)).
Ze laten zien hoe vlees en fruit toen al met deeg werden bedekt. Wellicht waren de veel knoedels uit die tijd niet alleen bestemd als humaan voedsel, maar ook als diervoeding. 3)
Recent onderzoek door de Oostenrijkse Academie van Wetenschappen heeft uitgewezen dat de Mondsee "oer"-Knödel eerder een "oer"-Weckerl was, een langwerpig zuurdesembroodje. 4)
Onder de oudste vormen van (brood)knoedels zijn behalve vleesknoedels ook visknoedels. Vleesknoedels waren meer algemeen, en werden in kloosters en door gegoeden gegeten, visknoedels werden vooral door de laatsten gegeten. De niet-vermogende burger moest het waarschijnlijk doen met brood- en meelknoedels, al dan niet aangevuld met restjes Speck. 3)
.De aardappelknoedel is onder de klassiekers de jongste, de aardapel is pas in de zestiende eeuw vanuit Amerika naar Europa gekomen immers.
De knoedel zie je tegenwoordig in alle keukens van Midden- en Oost-Europa, onder andere in Oostenrijk, Bosnië, Kroatië, Tsjechië, Duitsland, Polen, Roemenië, Servië, Slowakije en Slovenië. Ze zijn ook te vinden in de Scandinavische, Roemeense, Noordoost-Italiaanse (Zuid-Tiroolse), Joodse, Oekraïense en Wit-Russische keuken.
In etymologisch opzicht is knoedel verwant aan het Tsjechische knedlík, het Italiaanse canederli en de Franse quenelle, in de betekenis van 'bolletje'. Oorspronkelijk was de betekenis van Knödel 'knop', net als het Engelse knot en het Latijnse woord nōdus. In Oudhoogduits heette het chnodo en het Middelhoogduits knode. In het Yiddish wordt de knoedel kneydl genoemd, maar kent ook de term shlishkes, meer gnocchi dan knoedel.
Knoedels worden in Hongarije gombóc of knédli genoemd; in Slovenië knedl(j)i , in Tsjechië knedlíky, in Slowakije knedle, in Bosnië, Kroatië, Polen en in Servië, knedle. Soortgelijk gerechten komen voor in Scandinavië, in Zweden de kroppkakor of pitepalt, en in Noorwegen de raspeball of komle.