top
Cholesterol
Z&oumnl;osterol
Cholesterol
 
Cholesterolo molecule©2007

Cholesterol

Cholesterol is een sterol, een celverstevigend element en precursor voor vetoplosbare vitaminen en de steroïdhormonen testosteron en oestrogeen. Cholesterol is net als vet een lipide en wordt in verband gebracht met het risico op hart- en vaatziekten.

Het menselijk lichaam bevat drie soorten lipiden: triglyceriden, fosfolipiden en (zöo)sterolen zoals cholesterol, campesterol, sitosterol, and stigmasterol. Cholesterol is de belganrijkste zoösterol, dierlijke celmembranen bestaan voor ongeveer 30% uit cholesterol. De cholesterol zorgt voor een duurzaam celmembraam, dat ondanks het ontbreken van celwanden toch stabiel en elastisch is. Door het ontbreken van een starre celwand kunnen dierlijke cellen van vorm veranderen, in tegenstelling tot plantencellen.

Cholesterol is de pro-vitamine voor vitamine D3. Het is niet oplosbaar in water, maar wel in alcohol. De chemische formule is C27H46O .

Schimmels bevatten geen cholesterol. Wel bezitten zij andere, qua structuur op cholesterol gelijkende sterolen waaronder ergosterol, dat net als cholesterol een pro-vitamine is, maar dan voor vitamine D2.

Cholesterol wordt in de lever aangemaakt. Het is een vettige substantie, vergelijkbaar met kaarsvet, die in zuivere vorm niet via het bloed getransporteerd kan worden, omdat het zou kunnen klonteren en/of vast zou kunnen komen te zitten in de bloedvaten. Daartoe maakt de lever behalve cholesterol ook lipoproteïnen, waarin het cholesterol 'verpakt' wordt. Er zijn vier typen lipoproteïnen - we gebruiken de Engelse terminologie: very low-density lipoprotein (VLDL), intermediate-density lipoproteïne (IDL), low-density lipoproteïne (LDL), high-density lipoproteïne (HDL). Het zijn de bouwstenen van het interne transportsysteem dat het mogelijk maakt om vetten en cholesterol veilig door de bloedbaan te loodsen.

VLDL-deeltjes bestaan uit cholesterol, triglyceriden en apolipoproteïnen, en worden in de bloedbaan omgezet in LDL en IDL, waarbij de triglyceriden worden vrijgemaakt zodat deze door de weefsels opgenomen kunnen worden. Cholesterol wordt wel vergeleken met een bandenplakmiddel. Wanneer er door ontstekingen beschadigingen ontstaan in de aderen gaat cholesterol aan de slag. Cholesterol is eveneens betrokken bij spierherstel na intensief sporten.

Ook HDL heeft een specifieke functie, het omgekeerd cholesterol-transport, waarbij 'overtollig' cholesterol vanuit de cellen worden teruggebracht naar de lever. Om die reden wordt deze 'opruimer' de goede cholesterol genoemd, riskant, want HDL kan in vijf subklassen worden onderscheiden, waarbij voor drie daarvan geldt dat zij ertoe bijdragen hart- en vaatziekten te voorkomen. Beide andere hebben deze beschermende werking niet. Voor LDL geldt iets soortgelijks.

Streefwaarden

De streefwaarden voor LDL-cholesterol zijn verschillend voor mensen met een normaal risico op hart-en vaaatziekten en mensen met een verhoogd risico. Een waarde van 3,0 mmol/l is over het algemeen goed, liefst lager. Voor mensen met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten is de streefwaarde voor LDL-cholesterol sowieso lager, lager dan 2,6 mmol/l bij ouderen met een hoog risico op hart- en vaatziekten en lager dan 1,8 mmol/l bij mensen met hart- en vaatziekten die jonger zijn dan 70 jaar.

Heb je een hoge LDL-waarde, dan betekent dat, dat het LDL-cholesterol zich kan vastzetten op de wanden van uw bloedvaten. Dit wordt "plaque" genoemd. Hierdoor ontstaan vernauwingen die de bloedstroom van en naar uw hart en andere organen kunnen blokkeren, met alle mogelijke gevolgen van dien, zoals angina pectoris (pijn op de borst) of zelfs een hartaanval .

Voor HDL geldt formeel geen streefwaarde. Een hogere waarde geeft mogelijk een lager risico op hart- en vaatziekten. Dit geldt voor HDL-waarden hoger dan 1,0 mmol/l bij mannen en hoger dan 1,2 mmol/l bij vrouwen.

Ook voor triglyceriden geldt geen streefwaarde. Een waarde lager dan 1,7 mmol/l wijst op een lager risico op hart- en vaatziekten.

Mannen hebben van nature een lager HDL-cholesterolgehalte, veroorzaakt door het mannelijke geslachtshormoon testosteron en het gebrek aan het vrouwelijke geslachtshormoon oestrogeen. Mannen zijn mede daardoor minder beschermd tegen aderverkalking. Het vrouwelijk geslachtshormoon oestrogeen werkt juist tegengesteld. Het verhoogt het HDL-cholesterolgehalte en zorgt eroor dat het risico op hart- en vaatziekten bij vrouwen lager is dan bij mannen. Tot de menopauze (overgang). Dan stopt de aanmaak van oestrogeen en daalt het HDL-cholesterolgehalte, waardoor het risico op hart- en vaatziekten stijgt.

slotregel

De geschiedenis van cholesterol

In 1769 ontdekte François Poulletier de la Salle voor het eerst cholesterol in vaste vorm in galstenen. In 1815 gaf scheikundige Michel Eugène Chevreul de verbinding de naam "cholesterine", verwijzend naar de gal (in het Grieks cholé).

De naam cholesterol is een combinatie van de woorden chole en stereos ('vast'), voorzien van de uitgang -ol, zoals iedere alcohol.

Bronvermelding update april 2022

Sterols and their Conjugates from Plants and Lower Organisms | The lipid-web