top
Suikerbiet
Beta vulgaris var altissima
SUIKERBIET
 
SUIKERBIET | BETA VULGARIS VAR ALTISSIMA ©2018 FOTO: KOLFORN

Suikerbiet

De suikerbiet is een plant waarvan alleen de wortel voor consumptie gebruikt wordt, zowel als groente, als (overwegend) voor de fabrikage van suiker.

De suikerbiet (Beta vulgaris var altissima) is een gemiddeld 80 cm hoge meerjarige plant met een rozetvormige groeiwijze, waarbij de bladeren zich vlak boven de grond bevinden. De plant is een cultivar. Hij wordt verbouwd op allerlei typen akker, van zandig tot kleiïg. Het is een hermafrodiet die door de wind bevrucht wordt.

De plant vormt al in het eerste jaar de reserves voor het volgend groeiseizoen. dat gebeurt bij voederbieten in de hypocotyl, bij de suikerbiet merendeels in de (pen)wortel. De gezwollen biet weegt tussen 500 gram en een kilogram. Hij bestaat bestaat voor 75% uit water en bevat gemiddeld 20% suiker.

Normaliter legt een plant zetmeelreserves aan, maar de Beta vulgaris is daarop een uitzondering, de suikerbiet zelfs in overtreffende trap, want de wortel bevat totaal geen zetmeel. Planten slaan hun reserves op in de vorm van zetmeel, dat geen energiebron is, om deze pas in suikers (energie) om te zetten wanneer de reserve moet worden aangesproken. De suikerbiet is dan ook je reinste suikerfabriek, die door middel van fotosynthese uit kooldioxide in de lucht, water en mineralen in de bladeren suiker vormt. waarna deze getransporteerd wordt naar de biet(wortel). Je herkent de suiker in de biet als de lichte, bijna witte aderen.

Waarom de biet suiker op slaat, weet men niet, maar men veronderstelt dat deze eigenschap is terug te voeren op de voorouder, de strandbiet (Beta vulgaris ssp maritima) die onder zoute condities groeit, en eveneens suiker op slaat. Het is niet geheel verrassend, maar de bladeren van de suikerbiet bevatten wél zetmeel.

Niet alleen de suiker, ook de 5% pulp die de wortel bevat - de bagasse - en de melasse die bij de raffinage wordt onttrokken, hebben handelswaarde, respectievelijk als diervoeding en als voedingsmiddel.

Practische zaken

Aankoop en verkrijgbaarheid

Het seizoen van de suikerbiet is het seizoen van de 'bietencampagne'. Dat betekent dat de suikerbieten in één aaneengesloten oogst van het land worden gehaald om in de suikerfabriek verwerkt te worden. De fabriek is specifiek daarvoor opgestart, en zal na verwerking van suikerbieten weer stil worden gelegd tot de volgende campagne.

Culinair gebruik en bereiding

Hoewel de suikerbiet normaliter niet als groente verkocht wordt, is de suikerbiet net als de andere bieten eetbaar. De rauwe biet is best een klus, trouwens ook de gekookte suikerbiet. De gekookte biet is heel zacht, maar is doorspekt van taaie vezels. Bovendien is het 'vruchtvlees' erg zoet.

Beter kun je de rauwe biet raspen, om bijvoorbeeld aan een salade toe te voegen. De bladeren zijn eetbaar, maar smaken niet aangenaam.

Oorsprong en verspreiding

De suikerbiet komt niet in het wild voor. Hij is in de achttiende eeuw ontwikkeld uit een cultivar uit het Midellandse zeegebied.

De ontwikkeling van de suikerbiet is gebaseerd op het voorwerk van een teler in Halberstadt, Achard geheten. Hij borduurde in 1786 voort op de ontdekking door Markgraf in 1747 dat bieten hun zoetheid ontleenden aan sucrose. Hij mat suikergehaltes tot wel 6,2%. Halberstadt teelde een groot aantal variëteiten, waarui de witte Silezische suikerbiet werd gekozen als het meest geschikte uitgangspunt om verder mee te ontwikkelen.

Een student van Markgraf richtte in 1801 de eerste fabriek voor verwerking van de suikerbiet tot suiker en begon met de winning van suiker uit de Witte Silizië. Frankrijk was in die tijd verwikkeld in de Napoleontische oorlogen. Er heerste groot gebrek aan suiker in Frankrijk nadat de Engelsen een embargo op de levering van rietsuiker aan Frankrijk hadden opgelegd. die een volwaardige tegenhanger moest worden van suikerriet.

Kort na de 'ontdekking' van de suikerbiet kwam eerst Frankrijk, daarna overig Europa (met uitzondering van Engeland) in de ban van de suikerbiet. Pas laat in de negentiende eeuw kon hij ook prijstechnisch voldoende tegenwicht bieden, en ging ook Engeland om.

Taalkundige aspecten, etymologie

Vertaling bietsuiker

engels
beet sugar
frans
 
italiaans
 
spaans
 
duits
 
arabisch
 
turks
 
hindi
 
indonesisch
 
japans
 
vietnamees
 
chinees
甜萝卜 tian luo bo
 

De geschiedenis van bietsuiker

In het midden van de achttiende eeuw is de geschiedenis van de bietsuiker begonnen in het nu Poolse Silezië. De toenmalige koning van Pruisen die over het toen Pruisische Silzië heerste, had een subsidie ingesteld voor experimenten om uit gewassen suiker te winnen.

De idee hierachter was het gevolg van de ontdekking van suikerkristallen in bieten door Olivier de Serres, een Fransman, aan het begin van de zeventiende eeuw. In 1747 slaagde Andreas Marggraf er als eerste in enige suiker uit bieten te winnen. Enige suiker, want het percentage was niet om van de daken te schreeuwen, gemiddeld zo'n 1,5%. Hij gebruikte daarvoor de voederbiet. Uit de 24 variëteiten die hij onderzocht selecteerde hij een lokaal ras dat hij de witte Silezische suikerbiet noemde, omdat deze 6% suiker bevatte. Deze eerste 'suikerbiet' is de voorouder van alle moderne suikerbieten, die een beduidend hoger suikergehalte hebben.

De eerste bietsuikerfabriek werd in 1801 in Kunern, ook in Silezië gesticht. Dit was Napoleon niet ontgaan, die in 1806 te maken kreeg met een Brits handelsembargo op rietsuiker, tijdens de Napoleontische oorlogen. Napoleon wilde n'importe quoi suiker, én omdat suiker tot dan toe vooral voor de welgestelden was weggelegd. Het moest een betaalbare suiker zijn. De eerste resultaten van het onderzoek waren zo bemoedigend, dat hij gebieden aan wees, waar suikerbieten verbouwd moesten worden. Al spoedig was 28.000 hectare verbeterde suikerbiet uitgezet.

Dit was een belangrijke impuls voor de Europese suiker, het enige continent nog waar geen suikerriet verbouwd werd. Alleen Groot Brittanië hield zich afzijdig van de suikerbiet, en volhardde daarin tot aan de Eerste wereldoorlog, omdat de rietsuikeraanvoer vanuit de Cariben toen ernstig stagneerde. Ook Nederland ging, met vertraging, in de vaart der volken mee onder de prins-stadhouder Charles-François Lebrun.

Tussen 1840 en 1880 groeide de suikerproductie in Europa van nauwelijks 5% naar ruim 50% van de wereldproductie. Maar toen de Napoleontische oorlogen ten einde waren en de handel in rietsuiker weer mogelijk was, kreeg de suikerbiet een enorme klap te verduren doordat de rietsuiker haar prijstechnisch de loef af stak. De productie van suiker uit suikerbiet bleek te bewerkelijk en te kostbaar om daar tegen te concurreren, en de markt stortte in. De teelt van suikerbieten in Europa stagneerde. Alleen in Frankrijk werd doorgewerkt aan de verbetering van de biet en het productieprocessen.

Toen de landbouw in de twintigste eeuw mechaniseerde kreeg de suikerbiet een herkansing, gesteund door Europese steunmaatregelen. De toenmalige Europese economische gemeenschap (EEG), een organisatie van zes landen, stelde het belang van haar eigen boeren destijds boven die in de Aziatische en Zuid-Amerikaanse suiker producerende landen, en vaardigde in 1968 importbeperkende maatregelen uit. Dat gebeurde onder de vlag van zelfvoorzienendheid en de noodzaak tot 'marktordening'.

Het directe gevolg van was dat de Europese suiker verhoudingsgewijs te duur kon zijn, en er enorme winsten konden worden gemaakt in een markt waarin slechts enkele spelers waren. Pas sinds 2006 is er sprake van enige kentering om de suikermarkt in Europa gezond te maken en concurrentie toe te staan. Nog altijd ten dele, want de Europese gemeenschap (EG) heeft een tariefmuur opgetrokken om (nog altijd) de inkomsten voor de eigen suikerindustrie te beschermen.

Vanaf 2015 is de markt (nog niet onbeperkt) toegankelijk voor producenten uit de minst ontwikkelde landen (Afrika, Caraïben en Stille oceaan landen). Door recente saneringen is het suikerbietenareaal in Europa in de afgelopen jaren teruggebracht met 800.000 hectare. In 2017 zou de EG aanvankelijk de productiequota afschaffen, maar pas in 2013 hebben de Europese landbouwministers besloten het quotum per 30 september 2017 af te schaffen.

Bronvermelding update mei 2020

Sugar beet | OECD (2006) Section 8 - Sugar Beet in Safety Assessment of Transgenic Organisms, Volume 1: OECD Consensus Documents, OECD Publishing, Paris, DOI: https://doi.org/10.1787/9789264095380-11-en Beta vulgaris altissima | Plants for a future Starch biosynthetic genes and enzymes are expressed and active in the absence of starch accumulation in sugar beet tap-root | HellemTuresson et al. BMC Plant Biology 2014, 14:104 http://www.biomedcentral.com/1471-2229/14/104 Vanaf 2017 bieten telen zonder suikerquotum | Egbert Jonkheer, Akker (9) Okt 2013, WUR Sugar beet | Wikipedia (EN/NL) The Origins of Sugar from Beet | European food information council Sugarbeet History | American sugarbeet growers association History of sugarbeets | Cropwatch, Institute of Agriculture and natural resources