De tuinbiet is een knolgewas, maar van de meeste soorten kunnen behalve de biet (knol) ook de bladeren en de bladstelen gegeten worden. Populair zijn ook de kiemplantjes, die uit speciaal daartoe gecultiveerd zaad worden gekweekt.
We zijn in Nederland zo gewend aan het monopolie van de rode rode biet, dat we ons lange tijd niet meer van bewust waren van de oude rassen, zoals die onder meer in Italië behouden zijn gebleven. Maar de oude rassen zijn terrein aan het herwinnen, zie de Italiaanse Chioggia en de Franse oerbiet (crapaudine).
Koop bij voorkeur verse bieten, met het loof er nog aan. Aan het loof kun je goed zien hoe vers de bieten zijn. In ons land worden de bieten bijna het hele jaar door geoogst. Bij onze oosterburen is de rode bieten een typische wintergroente.
Tuinbieten worden zowel rauw als gekookt gegeten. Daarbij wordt de schil niet gegeten. Om een biet vol van kleur te houden (rood of geel doet er niet toe), wordt de biet gestoomd en daarna gepeld. De schil van een gare biet laat makkelijk los en kan met de hand verwijderd worden. Een alternatief is, de biet te koken. Veel kleur gaat daarmee in het kookvocht verloren.
Zowel bietensap als het bieten-kookvocht kan gebruikt worden om kleur aan gerechten te geven, zoals pasta. De betanine die de (rode) biet rood kleurt, wordt in de voedingsindustrie als als kleurstof gebruikt (E162). Betanine wordt niet afgebroken in ons lichaam, wat de reden is waarom de urine rood kleurt na het eten van ronde bietjes.
De kooktijd van winterbiet is 40 minuten.
Rauwe zomerbieten zijn in de koelkast ongeveer een week houdbaar, mits het loof er aan is blijven zitten. Zonder loof zijn ze een dag of 3 houdbaar. Gekookte bieten zijn 2 dagen in de koelkast houdbaar, of tot 12 maanden in de diepvries (bij minimaal -18C). Verse bieten kun je na blancheren (2-3 minuten) ook tot 12 maanden in de diepvries bewaren.
Rauwe winterbieten zijn meerdere weken houdbaar, op een koele plaats (12-15°).
Het woord biet is ontleend van het Griekse beta. Een typisch Nederlands woordt is kroot. Dat is ontleend aan het Franse 'carote' op haar beurt weer ontleend van het latijn karōtá, een benaming gebruikt voor alle eetbare wortels. In het Noord-Nederlands wordt het woord van oudsher gebruikt voor de rode biet, in het West-Vlaams voor wortelen (penen).
De meeste rode bietenrassen zijn rond tot platrond en vanaf 5 cm in doorsnee oogstbaar. Ze kunnen tot 10 cm in doorsnee worden. Er zijn ook lange en halflange rassen, die vooral geschikt zijn voor de bewaring, maar die worden bijna niet meer geteeld. De halflange rassen kunnen 20 tot 25 cm lang worden.
Rode biet Chioggia, rond. Een oud en smakelijk ras afkomstig uit het Italiaanse plaatsje Chioggia. Deze biet is bijzonder geschikt voor rauwkostsalades; de smaak is zoet en hij ziet er prachtig uit!
Bull’s blood. Deze rode biet wordt vooral gekweekt om zijn smakelijk bordeaux-rode blad. Prachtig én heerlijk in de salade. Je kunt de bietjes natuurlijk ook eten.
De Alvro-Mono is een zeer smaakvol Nederlands ras, met een duidelijke aftekening van lichter gekleurde ringen. Er zijn varianten waarin deze, wit, zelfs de boventoon voeren. Het is sinds de jaren 70 van de vorige eeuw het prominente ras voor de vroege teelt.
Rode biet Cylindra is een halflang ras. Een andere naam voor deze biet is butter slicer, te danken aan z’n textuur. De Cylindra is donkerrood van kleur, smaakt zoet en is makkelijk te schillen. Gooi het roodgroene loof niet weg, ook dat is prima eetbaar.
Een oud bietenras (1935-'40) is het Deventer zwartblad zeer geschikt voor de zomerteelt. In de volle zon kleurt het blad donker, vandaar de naam. Het is een zeer smaakvolle, zoete biet.
Tot de Esculenta behoren onderstaande drie cultivars:
Geen betrouwbare of volledige informatie beschikbaar.