Snijselderij
Apium graveolens var secalinum
SNIJSELDERIJ
 
SNIJSELDERIJ | APIUM GRAVEOLENS VAR SECALINUM

SNIJ- OF BLADSELDERIJ

Snij- of bladselderij (Apium graveolens var secalinum) is een tweejarige plant uit de familie van de schermbloemigen (Apiaceae). Net als bleek- en knolselderij is het een cultivar van de wilde selderij.

Snijselderij wordt vaak verward en vergeleken met peterselie, maar smaakt scherper. Vaak is het blad van snijselderij grof, zoals dat van de 'gewone snij'. De bladeren en stelen van de zeer aromatische Amsterdamse fijne en Zwolse krul zijn fijner. De smaak en geur van selderij is te danken aan de carbonylverbindingen (phthalides) in selderij-olie, die overigens voor het merendeel (60-70%) uit limoneen bestaat.

Omdat het een tweejarige plant is, bloeit de selderij in de tweede jaar, en sterft dan af. De stengels worden dikker, waarna de schermvormige bloeiwijze ontstaat, talloze kleine bloempjes op korte steeltjes. Wanneer de bloemblaadjes af vallen, is dat het teken dat de zaden zich ontwikkelen.

PRAKTISCHE ZAKEN

Aankoop en verkrijgbaarheid

Bladselderij is het hele jaar door vers verkrijgbaar. Het wordt veelal in bosjes verkocht. De bladeren worden ook gedroogd en gevriesdroogd aangeboden.

Culinair gebruik en bereiding

Bladselderij wordt als kruid gebruikt.

Bewaren

Bewaar verse takjes selderij zoals andere kruiden aan de steel, gewikkeld in een vochtige doek, verpakt in plastic. Zo houd je de kruiden zeker een week goed. Controleer steeds op rotte blaadjes en steeltjes. Eenmaal aangetast, bederft al gauw de hele bos.

OORSPRONG EN VERSPREIDING

Selderij is al heel lang bekend in het Middellandse zeegebied waar het vermoedelijk ook zijn oorsprong heeft. Hoe het precies zit, is moeilijk te traceren omdat men in die tijd selderij en peterselie vaak niet elkaar hield.

Van oorsprong komt selderij voor in een groot deel van Europa, Noord-Afrika, Siberië en de Kaukasus. In het graf van Toetanchamon (overleden in 1323 voor Christus) is selderij aangetroffen dat in guirlandes verwerkt is geweest. Selderijzaad is gevonden bij opgravingen in Griekenland (Samos), gedateerd op de 7e eeuw voor Christus. Van beide vondsten wordt vermoed dat het om wilde selderij gaat.

In het jaar 624 stichtten de Grieken de stad Selinunt - selderij-stad - op Sicili¨ , aan de rivier de Selinus. Op de munt van de stad prijkt het selderijblad. Een gekruld blad. Selderij was voor de Grieken het symbool van melodie en muziek, en was opgedragen aan de god Linus. Voor de Grieken was selderij een medicijn en het werd gebruikt als garnering.

De Romeinen daarentegen gebruikten selderij ook culinair, zowel de zaden als de bladeren. De selderij die zij aten, was beduidend bitterder dan de huidige soorten zijn. Zij combineerden selderij met andere groene kruiden tot en pesto.

In de Middeleeuwen werd selderij vanuit het Middellandse Zeegebied naar Centraal en Noord-Europa gebracht. Dat gebeurde vanuit de de keizerlijke landgoederen en vanuit de kloosters, waar selderij werd verbouwd. Selderij is opgenomen in de Capitulare de villis, waarin het 'apium' wordt genoemd. De Capitulare de villis is een verordening uit een reeks capitularie die hij schreef, en die behoort tot de pre-800 capitularies, daterend van rond het jaar 795. Karel de Grote schrijft hierin voor hoe de keizerlijke landgoederen moeten worden ingericht, gebruikt en beheerd.

TAALKUNDIGE ASPECTEN, ETYMOLOGIE

In het Latijn werd selderij sedano of apium genoemd. Aan laatstgenoemde is het Duitse eppich ontleend. In Gelderland en Overijsel wordt selderij wel eppe of boerneppe genoemd. De oorsprong van het woord selderij is vermoedelijk het Griekse Εleioselion, dat peterselie betekent. Dit woord werd ook gebruikt in het Oud-Latijn en later verbasterd tot selero (Italiaans), waarvan het meervoud seleri was.

VERTALING DILLE

engels
celery
frans
céleri, ache des marais
italiaans
sedano
spaans
apio
duits
sellerie, eppich
hindi (india)
ajmoda
vietnamees
cần tây
chinees
qin cai 芹菜
kantonees
kan coi
 

GEZONDHEIDSASPECTEN

VOEDINGSSTOFFEN - GEZONDHEIDSRISICO'S

SAMENSTELLING PER 100 GRAM RAUW PRODUCT

16
kcal
( 66,9 kJoule)
17,6
gram
eiwitten
2
gram
koolhydraten
2
gram
waarvan suikers
VITAMINES
100
µg
vitamine A
(13% ADH)
0,1
mg
vitamine B1
(9% ADH)
0,1
mg
vitamine B2
(7% ADH)
0,3
mg
nicotinezuur
(2% ADH)
1,2
mg
vitamine B6
(86% ADH)
170
µg
foliumzuur (B9)
(85% ADH)
60
mg
vitamine C
(75% ADH)
MINERALEN
80
mg
calcium
0,1
mg
ijzer
700
mg
kalium
10
mg
magnesium
0,1
mg
natrium
40
mg
fosfor
1,2
mg
zink
 

BRONVERMELDING UPDATE AUGUSTUS 2016

Nutritional attributes of herbs | Crop & Food Research Confidential Report No. 1891, L.J. Hedges & CE Lister, april 2007 Snijselderij | Wikipedia (NL) Plant database | The plantlist, Royal Botanic Gardens, Kew and Missouri Botanical Garden Celery | Gernot Katzers's Spice pages Bladselderij | Voedingscentrum carbonylverbindingen (phthalides) in selderij | Wikipedia (DU) Selderij | De oerakker