top
Kikkererwt
Cicer arietinum
Kikkererwt
Kikkererwten op deze site
Peulen - Cicer arietinum©2022

Kikkererwt

Cicer arietinum

De kikkererwt is een eenjarige peulvrucht waarvan de bonen (zaden) vooral gedroogd worden aangeboden. De boon is in culinair opzicht heel veelzijdig, bovendien heel voedzaam en rijk aan essentiële voedingsstoffen.

De Cicer arietinum of kikkererwt is eenjarige, gewoonlijk rechtopstaande plant die tot een meter hoog kan worden, met een penwortelstelsel dat tot wel twee-drie meter diep kan reiken,dat de plant in staat stelt te overleven in situaties van waterstress.. De stengels kunnen aan de basis vertakt zijn, net als de wortel die oppervlakkig zijwortels vormt. De stengel van de plant is stevig. De plant heeft enkelvoudige en samengestelde bladeren, bestaande uit tussen de vijf en zeven paar tegenover elkaar staande of afwisselend geplaatste blaadjes.

Het oppervlak van de plant, niet alleen de bladeren en de peulen maar ook de wortels en de stengels zijn behaard. De beharing bestaat uit klier- en niet-klierharen die oxaalzuur en citroenzuur afscheiden om de plant tegen ongedierte te beschermen. Er groeien gemiddeld 50 tot 60 peulen aan een plant. De peulen zijn bol en bevatten gemiddeld slechts één zaadje, dat qua kleur, vorm en grootte varieert van crèmewit tot zwart en van glad en bolvormig tot grillig gevormd, 5 tot 10 mm in doorsnede. De zaden zijn het enige eetbare gedeelte van de plant. Alhoewel, ook de jonge zaaddozen en de jonge scheuten zouden eetbaar zijn.

De kikkererwt is de - momenteel - de enige plantensoort in het geslacht Cicer die gecultiveerd wordt 3) De Cicer arietinum stant af van de wilde Cicer reticulatum. Men verwacht dat deze voorouder ook andere eetbare erwten kan opleveren, een kenmerk van de wilde plant is, dat de peulen gesloten blijven wanneer de erwten rijp zijn, een kenmerk dat bij bonenteelt uitstekend van pas komt.

Drie hoofdtypen

De bekendste kikkererwt-variëteit is de desi, een soort die met name in Zuid-Azië, Ethiopië, Mexico en Iran wordt verbouwd in semi-aride tropische gebieden. De desi wordt wel de inheemse kikkererwt of Bengaalse gram genoemd. De desi chana (Hindi) is klein en heeft een gerimpeld oppervlak. De plant heeft relatief kleine blaadjes en bloemen. In de stengels en de bloemen zie je paarsachtige anthocyaanpigmenten. De kleur van de zaadhuid is niet eenduidig, kan zwart, groen of gevlekt zijn. De kala chana of 'zwarte kikkererwt' laat zich prima pellen en splijten en vormt de basis voor gerechten als chana dal en channa laddu. De desi is rijk aan voedingsvezels, wat verlangt dat je de bonen langer moet koken dan de kabuli een beduidend minder vezelrijke boon.

Deze kabuli is twee eeuwen geleden via Afghanistan (Kabul is de hoofdstad van Afghanistan) naar India gekomen. Het is een variëteit die goed gedijt in gematigder streken en wordt verbouwd in het Midden-Oosten en beide zijden van het Middellandse Zeegebied . De kabuli heeft witte bloemen en relatief grote zaden, met een gladde schil, crèmekleurig tot lichtbruin. Deze variëteit is in de negentiende eeuw vanuit Afghanistan in het Middellandse zeegebied geïntroduceerd. De kabuli-erwt is minder vezelig dan de desi en gaart sneller.

De zaadhuid van de gulabi is rood tot bruin en glad. De gepelde erwt laat zich gemakkelijk splijten tot heldergele spliterwten.

Er is nog een onderscheid te maken. Wanneer het om de bruine kikkererwt gaat, is dat de chana dal, de kikkererwt waarvan besan of chana gram wordt gemaakt, nadat de erwten gesplit zijn en de schil verwijderd. Kala chana besan is een meelsoort dat wordt gemaakt van bruine kikkererwten inclusief de schil, als volkoren bij tarwe. daarnaast is er groene kikkererwt, hara chana of chholia genaamd. Dit is niet zozeer een kikkererwtensoort alswel een stadium van de ontwikkeling van het zaadje. Voor hara chana worden meestal de nog niet volledig ontwikkelde zaden gebruikt uit jonge peulen. Ze worden in de teeltgebieden vaak aan de tak verkocht, om zelf te pellen.

Een lokale cultivar is de Murgia Carsica, een ceci neri, Italiaans voor zwarte kikkererwt. Je vindt hem in de Ark van de smaak van Slowfood. Hij wordt nog op kleine schaal verbouwd in het uiterste zuiden van het vasteland van Italië, specifiek in het zuidelijke deel van de Murgia rond Bari. De kikkererwt is klein en erg donker, er zitten veelal twee zaden in één peul. De erwt heeft een gerimpelde en haakvormige vorm. Hij wordt sedert de negentiende eeuw verbouwd, toen hij vooral door plattelandsgezinnen werd gegeten, als een uitstekende aanvulling op een dieet dat verder weinig eiwitten bevatte. Vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw is de teelt ervan sterk teruggelopen omdat de verbouw van olijven en druiven beter rendeerde.

Practische zaken

Aankoop en verkrijgbaarheid

Kikkererwten zijn vrij algemeen verkrijgbaar, gedroogd en bereid, en verwerkt tot 'meel' .

Culinair gebruik en bereiding

De kikkererwt wordt zowel rauw (vers), gekiemd als gekookt genuttigd. De erwt heeft een zoetige smaak en een meelachtige textuur die enigszins doet denken aan tamme kastanje. De erwt leent zich uitstekend als snack, vooral de kleinere gulabi-typen. Hiertoe wordt de gedroogde erwt geroosterd.

Na de Tweede Wereldoorlog werd de kikkererwt wel gebruikt als surrogaat-koffie. Daarvoor gebruikte men een kikkererwtensoort met grote, zwarte zaden, de Cicer arietinum fo. macrospermum.

Klik hier voor een uitgebreide beschrijving van de bereiding van gedroogde peulvruchten in zijn algemeen. Hierin staat alles wat u weten moet over het wel of niet weken van bonen, het waarom, over het koken en over het schuimen van bonen. Lees dit artikel beslist, het is ook van toepassing op kievitsbonen. Eet ze - gedroogd of vers - nooit rauw.

slotregel

Oorsprong en verspreiding

De kikkererwt is een van de vroegst geteelde peulvruchten, tonen vindplaatsen in het huidige Syrië aan, en één van de meest gegeten peulvruchten ter wereld.

De datum die men verbindt aan de origine van domesticatie is 7.500 jaar voor Christus of eerder, tijdens de wat de Eerste landbouwrevolutie wordt genoemd, een periode waarin ook tarwe, gerst en andere erwten zoals linzen en tuinbonen gedomesticeerd werden. Aanvankelijk oogstten jager-verzamelaarsculturen de wilde planten die ze tegenkwamen, getuige gemengde vondsten met zowel de gecultiveerde Cicer arietinum als de wilde Cicer reticulatum. Ook in Turkije heeft men kikkererwten uit die tijd gevonden.

Tijdens het Neolithicum verspreidde de teelt van de kikkererwt zich naar het westen naar het huidige Griekenland, tijdens de Bronstijd naar Kreta en Opper-Egypte. De periode waar het hier om gaat strekt zich uit van 1900 tot 1400 voor Christus. Rond diezelfde periode verschijnt de erwt ook op het Indiase subcontinent en vanuit Opper-Egypte ook in Ethiopië.

De eerste geschreven tekst met betrekking tot de kikkererwt staat in de Ilias van Homerus (ca. 1000-800 voor Christus, waar de pijlen die van het borstschild van Menelaos afketsen, worden vergeleken met ‘erebinthos’. Hiermee werd gedoeld op kikkererwten (garbanzos), dezelfde term die ook gebezigd werd voor testikels, duidend op het veronderstelde werking van kikkererwten als afrodisiacum. In papyrusteksten uit het Nieuwe Rijk in de Nijlvallei (1580-1100 voor Christus komt de kikkererwt voor als Hrw-b'k (valkengezicht) tussen de benamingen van andere plantennamen.

De kikkererwt wordt tegenwoordig in meer dan vijftig landen in verschillende klimaatzones geteeld, vooral in Azië. De verspreiding is te danken aan de vele handelsroutes,. Zo is in de Maghreb zo populaire witte kikkererwt daar terecht gekomen dankzij de intensieve handel tussen het Afrikaanse continent en Europa door de Grieken, Romeinen en de Feniciërs, zoals het Indiaas continent via de zijderoutes kennis maakte met de peul vanuit Afghanistaan. De term Bengaals in Bengaalse gram, suggereert dat de peul daar 'geland;' is en zijn eerste adaptatie aan het Indiase klimaat door maakte, maar de term Bengaals werd in die tijd generiek en niet niet streekgebonden gebruikt, vergelijk de Bengaalse tijger, die geen Bengaalse origine heeft. 2)

Taalkundige aspecten, etymologie

De Nederlandse naam kikkererwt is afgeleid van de Latijnse benaming van het plantengeslacht. Voor de origine daarvan moet je gaan naar de Proto-Indo-Europese wortels waarin met *kek- en *k'ik- zowel 'erwt' als 'haver' werden aangeduid. Deze termen verschenen ussen 4500 en 2500 voor Christus in de Pontisch-Kaspische steppe van Oost-Europa. In veel oude Indo-Europese talen worden soortgelijke woorden gebruikt voor kikkererwten.

In het Latijn verschijnt het word als 'cicer' rond 700 voor Christus, waarschijnlijk afgeleid van het woord kickere dat werd gebruikt door de Pelasgiërs in Noord-Griekenland.

Nomenclatuur

De kikkererwt dankt zijn botanische naam aan Carl Linnaeus die de plant in de eerste uitgave van *Species Plantarum* in 1753 beschreef. De oorsprong van de geslachtsnaam Cicer is duidelijk, is overigens voor het eerst gebruikt door Joseph Pitton de Tourneforts in diens publicatie Elemens de botanique, ou Methode pour connoitre les plantes uit 1694, waarin hij de kikkererwt "Cicer arietinum" noemt. Tournefort op zijn beurt ontleende de soortnaam aan vroege publicaties, zoals Theophrastus' Historia Plantarum. Het door hem gebruikte epitheton arietinum verwijst naar de vorm van het zaad. De Romein Lucius Junius Moderatus Columella noemde de kikkererwt in De re rustica (64 na Christus) arietillum en ook Plinius de Oudere gebruikt deze term in Naturalis Historia, een grote mate van eengezindheid over de gelijkenis van het zaad met de kop van een ram. 2)

De Romeinse senator Cicero zou zijn aangenomen naam aan de kikkererwt hebben ontleend, in die tijd al een belangrijk gewas.

In West-Europa zijn de vondsten schaars. De kikkererwt is wel opgenomen in de Capitulare de villis, waarin het 'cicer italicum' wordt genoemd. De Capitulare de villis is een verordening uit een reeks capitularie die hij schreef, en die behoort tot de pre-800 capitularies, daterend van rond het jaar 795. Karel de Grote schrijft hierin voor hoe de keizerlijke landgoederen moeten worden ingericht, gebruikt en beheerd.

Gedroogde kikkererwten Kikkererwtenstoofpot Historische teeltvormen: [11] Cicer arietinum fo. album met geelwit zaad als voedingsmiddel Cicer arietinum fo. fuscum met roodbruin zaad Cicer arietinum fo. vulgare met zwarte zaden: voor veevoederdoeleinden

Benamingen in diverse talen

engels
chickpea
frans
chiche
italiaans
cecci
spaans
garbanzo
duits
kichererbse
arabisch
 
hindi (india)
besam of gram
indonesisch
kacang arab
japans
 
vietnamees
 
chinees
 o
 
slotregel

Duurzaamheid en milieu

De kikkererwt is een belangrijke eiwitbron in landen waar de voornaamste bron van eiwit plantaardig is, om welke reden dan ook. Maar de kikkererwt is niet alleen van belang als voedsel, de kikkererwt heeft ook een belangrijke functie in ons milieu.

De kikkererwt verrijkt de bodem dankzij zijn vermogen om stikstof uit de lucht te binden. Dit is vooral belangrijk voor ontwikkelingslanden, waar een groot deel van de bevolking te kampen heeft met ondervoeding en duizenden zelfvoorzienende boeren op marginale gronden werken. Moderne variëteiten zijn aangepast aan lokale omstandigheden en resistent zijn tegen veel plagen en ziekten, essentieel vanuit een oogpunt van voedselzekerheid.

Maar gaandeweg heeft dat geresulteerd in het verlies van genetische variatie, wat we helaas al te vaak zien, ook bij andere gewassen. Veel van hetzelfde, en dat maakt ons kwetsbaar, getuige de problemen met de teelt van bananan en olijven bijvoorbeeld.

Uniek aan de kikkererwt is dat de voorouder en andere wilde verwanten in ruime mate voorhanden zijn om als vertrekpunt te dienen voor de ontwikkeling van nieuwe cultivars die het hoofd kunnen bieden aan de veranderende klimatilogische omstandigheden die het gevolg zijn van de zich voltrekkende klimaatverandering.

Dat gebeurt onder meer bij het Chickpea Innovation Lab UC Davis, met steun van onder meer het Crop Wild Relatives Project, dat verbonden isaan de Crop Trust en de Millennium Seedbank in Kew. 6)

Gezondheidsaspecten

Voedingswaarde, gezondheidsrisico's

De kikkererwt vormt een uitstekende bron van belangrijke voedingsstoffen zoals vitamine A, C, E, K, B1–B3, B5, B6 en B9, en mineralen (Fe, Zn, Mg en Ca)

Voor meer dan 1 miljard mensen wereldwijd is de kikkererwt één van de voornaamste eiwitbronnen ! In India voor 1,2 miljard mensen, in Pakistan voor 180 miljoen mensen en in Ethiopië voor 95 miljoen mensen. Deze drie landen zijn de grootste consumentenmarkten voor de kikkererwt. 6)

Volgens de voedingswaardetabel is de voedingswaarde van kikkererwten (gemiddeld)

390,0
kcal
(1632,9 kJoule)
20,0
gram
eiwitten
44,0
gram
koolhydraten
9,0
gram
vezels
0,3
gram
vet
Vitamines
0,5
mg
vitamine B1
(0,0% ADH)
0,2
mg
vitamine B2
(10,0% ADH)
1,7
mg
nicotinezuur (B3)
(10,6% ADH)
1,5
mg
pantotheenzuur
(25% ADH)
0,3
mg
vitamine B6
(20,0% ADH)
240,0
µg
foliumzuur (B9)
(120% ADH)
67,0
mg
vitamine C
(83,8% ADH)
Mineralen
105,0
mg
calcium
6,0
mg
ijzer
705,0
mg
kalium
100,0
mg
magnesium
24,0
mg
natrium
275,0
mg
fosfor
3,0
mg
zink

Bronvermelding update maart 2026

Chickpea (Cicer arietinum L.) Biology and Biotechnology: From Domestication to Biofortification and Biopharming | Koul B, Sharma K, Sehgal V, Yadav D, Mishra M, Bharadwaj C. . Plants (Basel). 2022 Oct 30;11(21):2926. doi: 10.3390/plants11212926. PMID: 36365379; PMCID: PMC9654780. Cicer L., a monograph of the genus with special reference to the chickpea, its ecology and cultivation L.J.G. van der Maesen, proefschrift 1972 Landbouwhogeschool Wageningen Cicer | Hassler, Michael (1994 - 2026): World Plants. Synonymic Checklist and Distribution of the World Flora. Version 26.03; last update Mar. 13th, 2026. - www.worldplants.de. Last accessed 25 maart 2026 Chickpea | Wikipedia Cicer arietinum | Specialty produce Chickpea Wild Relatives: Using Science to Change the World | Croptrust
slotregel
Murgia carsica black chickpea | Slowfood Foundation