Het is een halofiet, aangepast aan bodems met hoge zoutconcentraties. Hij groeit aan de voet en tussen stenen van zeedijken, grazige zeedijken, zeeduinen (aan de voet van duintjes, tussen vloedmerk vermengd met zand en schelpen), tussen rijshout, kiezelstranden, drogere delen van kwelders (schorren) en zandige vloedmerken aan de randen van schorren en zeeweringen, strandvlakten en haventerreinen (havenkommen).
De plant heeft rozetbladeren, glanzende, vlezige bladeren, licht behaard. Het blad is ovaal of hartvormig, ongeveer 10 cm lang en 5 cm breed. De bladrand is licht gegolfd. Vaak sterven de bladeren af tijdens de bloei, die van juni tot in september duurt. De bloeistengel is van de grond af sterk vertakt, en is groen of rood gestreept. De bloeiwijze is aarvormig.
De levensduur van strandbiet verschilt per groeigebied, en varieert naar gelang de breedtegraad. In Groot-Brittanië kunnen planten ruim 10 jaar oud worden, in Frankrijk bijvoorbeeld, tweejarig. Ondanks de vele cultivars is in bepaalde regio's strandbiet nog alijd een geliefde groente, en lijkt zich te mogen verheugen in een nieuwe toekomst als zoutminnende groente.
De wereld 'hunkert' immers naar landbouwgewassen die onder zoute omstandigheden gedijen. De Zilte proeftuin op Texel voert al jaren i.s.m. de Vrije universiteit Amsterdam, de Wageningen Universiteit en het Louis Bolk Insituut onderzoek uit naar de haalbaarheid van de teelt van zilte en gangbare gewassen op zilte gronden, ook naar de strandbiet. De strandbiet is inmiddels al beschikbaar voor grootschalige voedselproductie op zoute gronden. Men verwacht dat landen als Hongarije en Pakistan die over enorme oppervlaktes landbouwgrond beschikken die verzilt zijn, de eerste zullen zijn die strandbiet grootschalig zullen gaan verbouwen.
Het blad van de strandbiet is heel populair in Groot-Brittanië, en worden verzameld. De jonge bladeren worden als salade gegeten. Oudere bladeren smaken bitter en moeten gekookt worden. De bittere smaak wordt veroorzaakt door het hoge tannine- en ijzergehalte. Het blad slinkt snel, vergelijkbaar met het blad van paksoi en spinazie.
De wortel van de strandbiet bevat veel suiker, net als de wortel van de suikerbiet, een culivar van de strandbiet.
Hij werd voor het eerst door Linneaus beschreven. In zijn tweede editie van de Species Plantarium van 1762 geeft hij de plant de naam Beta maritima, de zeebiet.
De strandbiet groeit nog altijd in het wild in de regio's van oorsprong. In ons land vind je de strandbiet alleen nog in Zeeland. De strandbiet wordt ook aangetroffen in de Azoren, op Madeira en de Canarische eilanden. In Noord-Europa aan de zuidkusten van Noorwegen en Zweden en langs de Oostzeekust (van Polen tot Finland). Naar het zuidoosten groeit hij voorbij het Nabije Oosten en Midden-Oosten tot in India. Daar groeit de plant ook in het binnenland aan bijvoorbeeld akkerranden en op woeste gronden tot een hoogte van ongeveer 1200 meter.
De wilde strandbiet komt ook voor in China, Japan, AustraliĆ«, Noord- en Zuid-Amerika (Argentinië en Chili).