top
Aframomum
Schijnpepers (Zingiberaceae)
Aframomum
Aframomum-soorten
AFRAMOMUM ANGUSTOFOLIUM | CONGO © 2005

Aframomum

Aframomum is een plantengeslacht in de gemberfamilie. de Zingiberaceae. De planten komen merendeels voor op het Afrikaans continent en de eilanden in de Indische Oceaan, in tegenstelling tot de planten in het gelacht Amomom, dat in merendeels in Azië voor komt.

In 1904 heeft Karl Schumann deelde de Aframomum in. Ze maken met het geslacht Amomum deel uit van de orde Alpinieae, in de zeventiende eeuw gevormd door de Italiaans botanicus Prospero Alpini, waarnaar ook het grootste geslacht in de gemberfamilie, de Alpinia is genoemd. Gedurende de jaren is het geslacht Aframomum uitgedijt tot momenteel 55 plantensoorten.

Het lastige aan de benoeming van soorten in het geslacht Aframomum is de taxonomische geschiedenis, met een wirwar van namen die gesteld zijn op basis van soms luttele informatie, veelal op grond van enkele vruchten of zaden en bladeren, waarvan in veel gevallen ook onduidelijk is, waar ze ontdekt zijn. De sleutel tot de juiste determinatie bevindt zich juist ondergronds in de rhizomen.

Schumann liet zich aanvankelijk vooral leiden door de verschillen in zaad ten opzichte van het medicinaal gebruikte paradijsgraan, getuige de oorspronkelijke geslachtsnaam Aframomum grana-paradisi.

Er vindt bij voortduring aanpassing plaats van de botanische ordening van planten. Ook de Zingiberaceae ontkomen daar niet aan. Eén van de jongste telgen is de Aframomum spathilabium, een nieuw soort dat is ontdekt in het noorden van Thailand, in de provincie Nan, in 2019. Enkele jaren eerder ontdekte men in Congo de Aframomum ngamikkense.

De planten het geslacht Aframomum hebben met elkaar gemeen dat ze korte en dikke, vertakte rhizomen hebben. Het zijn vaste planten, die in een bosrijke, vochtige en beschaduwde omgeving groeien.

Hoewel de bloeiwijze varieert, hebben de planten met elkaar gemeen dat de bloemen uit de wortelstok voortkomen, of op een bladloze stengel groeien, die aan de voet van de plant ontspruit. De bloemen staan in clusters, die wel vijftig bloemen kunnen omvatten. Tijdens de bloei vormt de plant bladrijke scheuten.

De vruchten hebben veel met elkaar gemeen, de kleur, veelal rood, en het kamferachtig aroma, Veel planten in dit geslacht worden kardemom genoemd, bijvoorbeeld de Aframomum angustofolium, die (grote) Madagaske kardemom wordt genoemd. Hetzelfde geldt voor de korarima (Afromomum corrorima) en de Aframomum mildbraedii. Ter onderscheiding van de echte kardemoms in het Elettaria-geslacht, worden deze kardemoms net als de kardemoms in het geslacht Amomum de 'grote kardemoms' genoemd, bara elaichi.

slotregel

Oorsprong en verspreiding

Het geslacht Aframomum komt voor in de tropische regio van India tot Australië. Een dertigtal plantensoorten in het geslacht is inheems in China, en enkele soorten in de Himalaya en in de Stille Oceaan.

Taalkundige aspecten, etymologie

De botanische naam Aframomum is net als Amomum is afgeleid van het Griekse woord 'amomon', de naam van een onbekend Indisch kruid. Vermoedelijk de Nepalese kardemom (Amomum subulatum). Door de toevoeging Afr(ica) is geslacht aan het continent Afrika gerelateerd.

Bronvermelding update juni 2020

Three New Species of Aframomum K. Schum. (Zingiberaceae) from Ghana, with Notes on Spherical Geocarpic Fruits in the Genus | J. M. Lock e.a. Kew Bulletin Vol. 28, No. 3 (1973), pp. 441-449 (9 pages) Amomum spathilabium (Zingiberaceae: Alpinieae), a new species from northern Thailand | Thai forest buletin https://doi.org/10.20531/tfb.2019.47.2.11 Forest herbarium CC BY-NC-ND Aframomum K. Schum | Global Biodiversity Information Facility GBIF Plant database: Aframomum | The plantlist, Royal Botanic Gardens, Kew and Missouri Botanical Garden Amomum | The Gingers of the world, Zingeraceae research center