top
Negi
Allium fistolosum
NEGI
 
KUJO NEGI | ALLIUM FISTULOSUM

NEGI ネギ

De stengelui is in Japan populairder dan de ui en de prei, omdat hij van beide iets heeft. De smaak is milder dan die van een ui, en uitgesprokener dan van prei, en door de bijzondere teelt is de nek lang en wit. Als een prei.

Ondanks de uiterlijke verwantschap met een prei is de negi een stengelui. De meeste benamingen hebben betrekking op dezelfde slanke stengelui: naga negi (lange ui), kujo negi (uit de omgeving van Tokio) shironegi (witte ui), aonegi (groene ui). De shimonita negi daarentegen is een dikke, zoete variëteit, die wel de koning der negi's wordt genoemd.

De negi is het regelrechte bewijs, dat er geen scherpe grens te trekken is tussen ui en bosui en tussen bosui en lente-ui, en in dit geval zelfs de prei. We noemen ze alle bos-, sla- of lenteui, zonder aan te duiden om welk soort we het hebben: één pot nat als het ware. Daarmee gaan we voorbij aan kwaliteits- en smaakverschillen en doen we de bosui tekort. De Engelsen doen er wel een poging toe, door de lente-ui (Allium fistulosum) spring-onion of Welsh onion te noemen. In Japan heeft men aparte namen voor de Allium chinense (rakkyo) en de Allium fistulosum (negi).

De negi groeit in de winter, wanneer de velden er kaal bij liggen, en wordt in het voorjaar geoogst.

Culinair gebruik en bereiding

De negi is veelzijdig en wordt gebruik als ui, sla-ui of prei, naar gelang. De smaak is mild genoeg om rauw te eten, en smaakvol genoeg om de negi in een gerecht te verwerken. In Japan gebruikt men bij voorkeur alleen het witte gedeelte en snijdt dat fijn. De Japanse term voor fijngesneden negi is 'kizami negi'.

Vervang negi in Japanse recepten door een mengsel van prei en sla-ui.

Oorsprong en verspreiding

De negi is de Japanse variëteit van de Chinese stengelui en komt onbetwist uit Japan. Hij wordt meestal kortweg negi genoemd. De Kujo negi behoort tot de Kyoto-yasai, de traditionele Kyoto-groenten.

De teelt van de stengelui dateert uit de Edo-periode, die van 1603 tot 1868 duurde, en vooral uit de negentiende eeuw. het belangrijkste teelgebied is de regio Kujo, ten zuiden van het toenmalige Kyoto, het huidige Tokio.

Taalkundige aspecten, etymologie

De woorden sjalot en (het Engelse) scallion zijn beide gerelateerd aan het Griekse askolonion zoals beschreven is door de Griekse schrijver Theophrastus. Deze naam lijkt ontleend aan de stad Ashkelon. De plant zelf kwam uit het oosten van Europa. In het Engels heeft de sla-ui tal van benamingen waaronder , vaak gebruikt, Welsh onion dat overigens niets met Wales van doen heeft. Welsh verwijst in dit verband naar het Pud-Engelse "welisc" zoals het Oud-Duitse "Welsche", wat 'buitenlands' betekent.

 

Het japanse woord 'negi' wordt in veel samenstellingen gebruikt, niet altijd voor stengelui of ui. Fuyunegi bijvoorbeeld is winterprei, nanoonegi een heel dunne prei, naganegi slaui.

Gezondheidsaspecten

Voedingswaarde, gezondheidsrisico's

Samenstelling per 100 gram rauw product

34
kcal
( 142,3 kJoule)
1,9
gram
eiwitten
6,5
gram
koolhydraten
0,4
gram
vet
0,1
gram
verzadigd
0,1
gram
enkelvoudig onverzadigd
0,2
gram
meervoudig onverzadigd
8
mg
omega-3
148
mg
omega-6
Vitamines
348
µg
vitamine A
0,1
mg
vitamine B1
0,1
mg
vitamine B2
0,4
mg
vitamine B3
0,1
mg
vitamine B6
16
µg
vitamine B9
27
mg
vitamine C
Mineralen
18
mg
calcium
0,1
mg
koper
1,2
mg
ijzer
212
mg
kalium
23
mg
magnesium
0,1
mg
mangaan
17
mg
natrium
49
mg
fosfor
0,6
µg
selenium
½
mg
zink
 

Bronvermelding update maart 2020

 Scallion/sla-ui | Wikipedia (EN/NL)  Kujo negi | The kyoto projectr  Know what you eat | Nutritiondata op Self.com (link verouderd, tabellen door Self opgeheven - zoek brongegevens op de USDA-site : https://fdc.nal.usda.gov/food-search )  Tokyo negi onions | Specialty produce
slotregel