top
sustainibility
Pinda
Arachis hypogaea
Pinda
Pinda-recepten op deze site
Pinda - Arachis hypogaea

De pinda

Arachis hypogaea

Pinda's zijn zeer algemeen verkrijgbare eetbare zaden, vaak gerangschikt onder de noten. De pinda leent zich uitstekend voor tal van bereidingen. Mythisch is pindakaas, een pasta van al dan niet geroosterde pinda's.

De pinda is een peul die groeit aan de pindaplant. Ze groeien ondergronds, vandaar het synoniem aardnoot. De peul rijpt onder de grond. Hij komt daar terecht doordat de geel behaarde stengel waaraan hij groeit wanneer hij langer wordt, doorbuigt en zich de grond in 'boort'. Anders als bij andere peulvruchten blijft de peul van de pindaplant gesloten. Ondergronds sterft de buitenste schil, het exocarp, af. Het endocarp zwelt dan op, en verandert in de witte katoenachtige bedekking aan de binnenzijde van de peul. De schaal bestaat dan alleen nog uit het mesocarp. Dit is het kenmerk van de pelpinda dat je direct ziet wanneer je de pinda open breekt.

De peulen zijn 2-6 cm lang en bevatten mede afhankelijk van het pindaras 1 tot 4-5 zaden. Tussen de zaden in is de peul ingesnoerd. Elk zaadje is omhuld met een bitter smakend, roodbruin vlies en bestaat uit twee kiemhelften of kotyledonen, verbonden met een scharniertje, dat door zijn vorm wel 'het kaboutertje' wordt genoemd.

De pinda wordt geoogst door de plant als geheel te oogsten met uitzondering van de wortels. Die laat men in de grond achter om te vergaan en zo hun stikstof vrij te geven. Omgekeerd, de plant met de peulen naar boven gericht, worden de peulen nu te drogen gelegd. Binnen enkele dagen loopt het oorspronkelijke vochtgehalte van de verse peul, dat 25-50% kan bedragen, tot hoogstens 10% terug. Pas dan kan de pinda opgeslagen worden.

Vrijwel overal ter wereld worden pinda's na droging gegeten, als pelpinda, gepeld met of zonder vlies. Alleen in de Cajun-keuken van de zuidelijke staten van Noord-Amerika worden verse, groene pinda-peulen gekookt en als bonen gegeten. Dat gebeurt nauwelijks elders. Wel worden de nog rauwe zaden gegeten, zoals wij doen met pelpinda's.

Om de pinda te ontdoen van het bruine vliesje worden de pinda's net als noten geblancheerd (daarna moeten ze wel weer gedroogd worden) of gedurende korte tijd verhit. Het vliesje komt dan los te zitten en kan er gemakkelijk afgewreven worden. Pas daarna worden de pinda's geroosterd (droog) of gebrand (in olie). Dat roosteren gebeurt bij zeer hoge temperaturen. Nadat de pinda's zijn drooggeroosterd bij een temperatuur van ruim 400° , worden ze drie kwartier tot een uur op 160° gehouden. Daarna worden ze snel met lucht gekoeld tot 30°. Door deze techniek krijgen de pinda's een mooie kleur en wordt voorkomen dat ze te veel olie verliezen.

Niet-gepelde pinda's

Wij kennen hier twee soorten niet-gepelde pinda's: geroosterde en niet-geroosterde pelpinda's, maar in het zuiden van de Verenigde Staten kent men nog een derde versie, namelijk de 'groene' pinda, vers van het veld, niet te drogen gelegd. Er is een levendige markt voor deze pinda, dankzij een traditie om pinda's in de schil te koken

Vliespinda's

In de geopende peul ontwaar je één of meer zaden, omgeven door een kleurig vlies. Zoals dat van de Virginia-pinda, bijna vuurrood.

Gepelde pinda's

Eenmaal ontvliesd openbaart de pinda zijn 'kaboutertje', waaromheen de beide helften van het zaadje scharnieren.

Arachide olie  naar artikel

Van al dan niet geroosterde pinda's wordt arachide olie gemaakt. De olie van niet-geroosterde pinda's is neutraal van smaak, in de olie van geroosterde pinda's ruik en proef je de pinda's. Net als bij olijfolie is de 'vierge', de olie van koude eerste persing de beste.

Pindakaas  naar artikel

Net als bij arachide olie wordt pindakaas (pindapasta) zowel van geroosterde als van niet-geroosterde pinda's gemaakt. Voor de betere pindakaas wordt uitsluitend pinda gebruikt, maar soms wordt suiker toegevoegd en soms ook olie, niet altijd van pinda's.

Practische zaken

Aankoop en verkrijgbaarheid

Pinda's zijn een algemeen verkrijgbaar artikel in ons land, al zie je biologisch geteelde pinda's nog altijd niet of nauwelijks. De in ons land verkrijgbare biologische pinda's komen merendeels uit China. Ook de biologische pinda's onder Fairtrade-label. In Shandong teelt men de pinda's op traditionele wijze volgens de zonnekalender, kleinschalig, waarbij de pinda's met de hand geplukt worden.

Houdbaarheid (bewaaradvies)

Ongepelde pinda's blijven enkele maanden goed, mits op een droge plaats bewaard, bijvoorbeeld bij kamertemperatuur.

Pinda's hoeven niet te bederven. Maar net als andere noten wordt de olie in pinda's op den duur ranzig. Het beste kun je dat voorkomen door de pinda's in te vriezen of in een luchtdichte verpakking in de koeling te bewaren (tussen 10 en 15°). Voorkom te allen tijde schimmelvorming (toxisch) door de pinda's altijd droog te bewaren.

slotregel

Oorsprong en verspreiding

De Arachis komt van oorsprong uit Zuid Amerika, naar men vermoedt uit Brazilië en/of Bolivia. De pinda is voor het eerst verbouwd in Bolivia of Paraguay. In Peru zijn pinda's opgegraven die 7.600 jaar oud zijn.

Dat de pinda's werden gevonden in Peru, komt doordat de droge klimatologische omstandigheden daar zo gunstig zijn voor het behoud van organisch materiaal. Het is vrijwel zeker dat de pindateelt al eerder plaatsvond in het oorspronkelijke verspreidingsgebied, waar het klimaat echter veel vochtiger is. Dit blijkt uit veel afbeeldingen van de pinda in pre-Colombiaans de kunst, bijvoorbeeld die van de Moche. De (Spaanse) conquistadores troffen de pinda aan op de markt van Tenochtitlan, het huidige Mexico-city. De pinda werd er tlālcacahuatl genoemd, de Nahuatl-naam van de plant. Dat werd verbasterd tot het Spaanse cacahuate, in het Castilliaans cacahuete en het Frans cacahuète

West-Afrika speelt een sleutelrol in de verspreiding van de pinda. Men kende er een soortgelijke plant met een soortgelijke peul, de bambara, en moet snel vertrouwd zijn geraakt aan het nieuwe gewas dat door de Portugezen vanuit Zuid-Amerika was mee gebracht. In Nigeria bleken de omstandigheden zeer geschikt voor de pinda, die men als veevoer gebruikte en net al bambara (gekookt) at. Tot slaaf gemaakten namen de zaden mee op hun onvrijwilige reis naar Noord-Amerika en introduceerden zo de pinda in dat deel van Amerika. In de negentiende eeuw nam de teelt van pinda's er een vlucht en inmiddels is Nigeria uitgegroeid tot een prominent pinda-exporteur.

De tot slaaf gemaakten verbouwden de pinda in Amerika net als thuis voor eigen voedsel en voor hun vee. Het is teveel gezegd dat de tot slaaf gemaakten dol waren op de pinda, zij kookten deze veelal in water, maar de blanke Amerikaan vonden deze peul kortweg drie keer niks. Door voedseltekorten gedreven leerden zij echter ook om de pinda te gaan waarderen, en in de dertiger jaren van de vorige eeuw werd de pinda er zelfs iconisch, zelfs die vermaledeide gekookte pinda, die we nu kennen als de 'cajun boiled peanut'

Hoe anders was dat in Zuidoost-Azië en in China, waar men in de zeventiende eeuw kennis maakte met de pinda en deze al snel een plek gaf in veel gerechten, bijvoorbeeld in pindasaus, een gerecht dat je in veel landen in dit deel van de wereld tegen komt.

China is zelfs de belangrijkste producent geworden, met 40% van de wereldproductie, die zo'n 40 miljoen ton bedraagt. Tezamen met India neemt China meer dan de helft van de pinda-productie voor rekening. beide exporteren nauwelijks, nog geen 5% van wereldhandel. Onze pinda's komen zeer waarschijnlijk uit andere landen, zoals de Verenigde Staten, Nigeria of Indonesië. Wij behoren met de rest van de Europese Unie tot de belangrijkste pinda-'eters'. Samen met Canada en Japan zijn we goed voor bijna 80% van de import van pinda. Veel daarvan wordt verwerkt tot pinda- of arachide-olie en een bonenpasta, pindakaas genoemd.

De Portugezen en de Spanjaarden zijn dus belangrijk geweest voor de verspreiding van de pinda. In Spanje zelf werd de teelt pas in de negentiende eeuw geïntroduceerd, met name in Valencia, waar de pinda nog steeds wordt geproduceerd en waarnaar de haast vuurrode Valencia-pinda is genoemd. In Portugal werden tot voor kort hoegenaamd geen pinda's verbouwd , maar op instigatie van PepsiCo, een van ’s werelds grootste voedings- en drankenbedrijven, zou dat moeten gaan veranderen. Pepsico startte in 2012 het project Euronuts om het Iberisch eiland Europa's grootste pinda-leverancier te maken, met name vanuit het gebied rond Alqueva in de Portugese Alentejo en vanuit Merida in de Spaanse Extremadura. De verkoop zal voor een groot deel via de Zaanse Duyvis-fabrieken plaats vinden.

De Nederlandse pindamarkt

In ons land wordt de pinda-markt gedomineerd door een klein aantal bedrijven. Historische namen zijn het al genoemde Zaanse Duyvis en het Delftse Calvé.

Teeuwis-Duyvis is de oudste van deze twee, dateert al van 1806, begonnen als bedrijf dat lijnolie maakte uit lijnzaad met 5 eigen oliemolens. Tot begin twintigste eeuw was dat de core-business van het bedrijf, dat Teewis-Duyvis heette naar de oprichters/firmanten. In de jaren 20 schakelde het bedrijf over op slaolie, dat van verscheidene plantaardige oliesoorten wordt gemaakt, afhankelijk van de marktprijs.

Duyvis startte in de jaren 60, nadat het door Akzo was overgenomen met de verkoop van pinda's en noten en verwierf het predikaat koninklijk. Het werd in 1987 overgenomen door Douwe Egberts, het latere Sarah Lee, dat het weer verkocht aan PepsiCo. Duyvis is marktleider in de verkoop van pinda's en noten.

De Nederlandse olie fabrieken (NOF), werd in 1885 opgericht, specifiek voor het maken van slaolie. Al snel fuseerde het bedrijf met de onderneming van de Franse gebroeders Calvé, een naam die het later verbond aan de pindakaas die het in 1948 op de markt bracht.

Het bedrijf dat sindsdien NOF-Calvé heette, kwam in 1928 in handen van de toenmalige Margarine Unie, het latere Unilever. Dat sloot het bedrijf in Delft in 2008, en bracht de productie over naar de Blue Bandfabrieken in Rotterdam, eveneens een Unilever-bedrijf. de merknaam Calvé is behouden, zowel voor de pindakaasproducten als voor sauzen. Eind maart 2026 heeft Unilever Calvé voor ruim 90% overgedaan aan de Amerikaanse specerijenproducent McCormick. 6)

Een derde, nog niet genoemde partij, is Klijn, een halverwege de twintigste eeuw opgericht noten en zuidvruchten verwerkend bedrijf uit Hardinxveld-Giessendam. Het is sinds 1997 in handen van een investeringsmaatschappij en brandt de noten niet langer in Hardinxveld maar in Doetinchem. In Hardinxveld-Giessendam worden de producten alleen verpakt, zowel onder eigen label Jack Klijn als voor de huismerken van diverse grote supermarkten.

Benamingen in diverse talen

engels
peanut
frans
cacahuète
italiaans
arachidi
spaans
cacahuate
duits
erdnuss
hindi (india)
 
indonesisch
kacang tanah
japans
pīnattsu ラッカセイ
vietnamees
lạc
chinees
huā shēng 花生
kantonees
faa sang
 
slotregel

Gezondheidsaspecten

Voedingswaarde, gezondheidsrisico's

Pinda's zijn behalve calorierijk rijk aan vitaminen B en E en bepaalde mineralen. Pinda's bevatten meer eiwitten dan menig noot, maar minder omega-3-vetzuur.

De meeste anti-oxidanten bevinden zich in het buitenste vlies. Meer dan 50% daarvan gaat verloren wanneer het vlies wordt verwijderd. Bij het bleken van pinda's en het pellen van pistachenoten gaan zelfs bijna alle anti-oxidanten verloren. Pinda's zijn in dat opzicht beter bestand tegen roosteren.

Pinda's bevatten geen cholesterol, maar de vetbestanddelen van noten bevatten aanzienlijke hoeveelheden van chemisch verwante non-cholesterol sterolen die behoren tot een groep van verbindingen die bekend staat als de plantensterolen of fytosterolen. Deze sterolen spelen een belangrijke rol in de membranen van de plant op een manier die verwant is aan wat cholesterol doet in dierlijke celmembranen. Fytosterolen zouden bij dragen aan de absorptie van cholesterol in ons lichaam, vergelijkbaar met de van nature in het lichaam (darmen) aanwezige cholesterolverlagers.

De minerale samenstelling van pinda's kan optimaal genoemd worden, zeker in vergelijking met andere voedingsmiddelen. Pinda's bevatten bijvoorbeeld slechts 18 milligram natirum per 100 gram, ongezouten pinda's wel te verstaan.

De zaden van pinda’s bevatten eiwitten met allergene eigenschappen die bij sommige mensen ernstige allergische reacties kunnen veroorzaken. Deze allergie is niet dezelfde als die voor noten, want pinda's zijn botanisch gezien geen noten maar zaden. Mensen die een allergie voor pinda's hebben, hebben deze vaak ook voor soja, doperwten en linzen. Pinda-allergie treedt al op jonge leeftijd op 6), reden waarom geadviseerd wordt om op zeer jonge leeftijd te beginnen met een traject van voorzichtige gewenning aan de pinda (pindakaas) rond de vierde en zesde maand. 7)

Samenstelling per 100 gram rauw product

581
kcal
(2435 kJoule)
26,3
gram
eiwitten
18,9
gram
koolhydraten
6,9
gram
vezels
4,2
gram
waarvan suikers
49,3
gram
vet
6,8
gram
verzadigd
24,5
gram
enkelvoudig onverzadigd
15,6
gram
meervoudig onverzadigd
3
mg
omega-3
15575
mg
omega-6
Vitamines
0,3
mg
vitamine B1
(27,3% ADH)
0,1
mg
vitamine B2
(7,1% ADH)
14,3
mg
nicotinezuur
(89,4% ADH)
1,4
mg
pantotheenzuur
(23,3% ADH)
0,3
mg
vitamine B6
(21,4% ADH)
126,0
µg
foliumzuur (B9)
(63,0% ADH)
6,9
mg
vitamine E
(57,5% ADH)
Mineralen
1,3
mg
koper
1,8
mg
ijzer
682
mg
kalium
185
mg
magnesium
2
mg
mangaan
6
mg
natrium
517
mg
fosfor
7,5
µg
selenium
6,6
mg
zink
slotregel

Bronvermelding update april 2026

Peanut | Wikipedia (EN/NL/FR) Peanut facts | The peanut institute Peanuts, oil-roasted, nutritionfacts (voedingswaarde) | Nutritiondata op Self.com (link verouderd, tabellen door Self opgeheven - zoek brongegevens op de USDA-site : https://fdc.nal.usda.gov/food-search ) History of peanutbutter | W. Shutleff, Origin and Early History of Peanut Butter (1884-2015) Soycenter De Zoeker | Molendatabase Peanut allergy: an overview. | Al-Muhsen S, Clarke AE, Kagan RS. CMAJ. 2003 May 13;168(10):1279-85. Erratum in: CMAJ. 2003 Jun 10;168(12):1529. PMID: 12743075; PMCID: PMC154188. Voedselallergie of intolerantie bij mijn baby | Voedingscentrum, geraadpleegd op 22 april 2026 An overview for cultivated peanut species | PGR Peanut genome resource Disease risk fungicide programs | Exalia Local [Portugese] farmers encouraged to produce peanuts | The Resident, Sept 2012